Duur en leerwijze
De HBO-opleiding verpleegkunde kun je in voltijd of in deeltijd volgen, afhankelijk van de hogeschool. Bijna alle hogescholen bieden bovendien de mogelijkheid om de duale variant van de opleiding te volgen. Dat wil zeggen dat je tegelijkertijd werkt en leert.
De duur van de voltijd opleiding verpleegkunde is vier jaar. De duur van de deeltijdopleiding verpleegkunde varieert tussen de twee en vijf jaar. Dit is afhankelijk van je vooropleiding en werkervaring. Wil jij de duale variant volgen? De meeste hogescholen bieden deze variant in vier jaar aan.
Verkort
In bepaalde gevallen is het mogelijk de opleiding verkort (met vrijstelling voor een aantal vakken) te volgen
Inhoud opleiding
De opleiding tot verpleegkundige heeft twee fasen: de propedeuse (het eerste jaar) en de hoofdfase (de resterende jaren). De duur van de hoofdfase is afhankelijk van de door jou gekozen studievariant: voltijd, deeltijd of duaal.
Bij succesvolle afsluiting van deze studie ontvang je het getuigschrift hoger beroepsonderwijs Bachelor of Nursing.
De propedeuse
In de propedeuse komen alle studieonderwerpen aan bod, zodat je snel kunt bepalen of het beroep en de opleiding bij je passen.
De hoofdfase: theorie en praktijk
In de hoofdfase worden de vakgebieden verder uitgediept en kun je je eigen accenten leggen, bijvoorbeeld door middel van een uitstroomprofiel. Praktijkonderwijs vindt bij de voltijd- en deeltijdvariant plaats door middel van stages in verschillende soorten zorginstellingen. Het praktijkgedeelte vervult bij deze varianten ongeveer 30 procent van je studietijd.
Als je de duale variant volgt, ga je vanaf het tweede of derde leerjaar in een instelling werken. Daarna wisselen praktijk-leerperiodes elkaar af. In totaal werk je in de hoofdfase van de opleiding ongeveer 40 procent van je studietijd. Het praktijkgedeelte van de opleiding bevat naast het werken in een instelling ook een externe stage in een ander werkveld.
Deeltijdstudenten moeten er rekening mee houden dat ze in sommige periodes meerdere dagen per week beschikbaar moeten zijn om stage te kunnen lopen.
Algemene en specifieke vaardigheden
Gedurende de opleiding wordt veel aandacht besteed aan specifieke vaardigheden. Deze hebben betrekking op verschillende soorten patiënten (zorgvragers) en de bijbehorende zorgverlening, namelijk:
- chronisch zieken en mensen met lichamelijke beperkingen
- revaliderenden
- patiënten voor en na een chirurgische ingreep, onderzoek of behandeling
- oudere zorgvragers
- kinderen en jeugdigen
- psychiatrische patiënten
- mensen met verstandelijke beperkingen
- zorgvragers in de thuissituatie
Algemene onderdelen in de studie hebben betrekking op kennis en vaardigheden die voor elke patiëntgroep van belang zijn. Je leert meer over de verschillende aspecten van verplegen, zoals wassen, medicijnen toedienen, infuussystemen hanteren, omgaan met patiënten en hun familie, rapporteren en samenwerken met andere hulpverleners. Daarnaast volg je ondersteunende vakken als gedragswetenschappen, organisatiekunde en taalbeheersing. Ook leer je hoe je een bijdrage kunt leveren aan het beleid van een verpleegafdeling.
Specialiseren
In de hoofdfase van de opleiding Verpleegkunde kun je kiezen uit de volgende majors of differentiaties:
- AGZ: Algemene Gezondheidszorg met klinische zorg (zorg voor ziekenhuispatiënten).
- MGZ: Maatschappelijke Gezondheidszorg met jeugdgezondheidszorg (zorg voor het gezonde kind van 0 tot 19 jaar), zorg voor chronisch zieken en ouderen en zorg in een huisartsenpraktijk.
- GGZ: Geestelijke Gezondheidszorg met psychiatrie (volwassenen of jeugd) en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met de keuze voor één van de majors bereid je je beter voor op het werkveld dat jou aanspreekt. Dit betekent niet dat je, wat betreft je werk, vastzit aan dat ene werkveld: je kunt nog steeds overal terecht.
Minor
Naast een major kies je ook voor een minor. Met de minor zorg je voor verbreding of verdieping van je differentiatie. Je kunt je bijvoorbeeld verdiepen in oncologie, zorg voor ouderen (Verpleegkundige Gerontologie Geriatrie) of verslavingszorg. Je kunt ook je kennis verbreden door voor een heel andere richting te kiezen, bijvoorbeeld voor ICT. Het aanbod van minors verschilt per hogeschool.
Eisen toelating
Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's:
- HAVO
- VWO
- MBO niveau 4
Welk instroomprofiel?
- Natuur en Techniek
- Natuur en Gezondheid
- Cultuur en Maatschappij
- Economie en Maatschappij
Met alle instroomprofielen kun je dus toegelaten worden.
Werken en leren: de duale variant
Als je de opleiding wilt volgen in de duale variant, waarbij je tegelijkertijd gaat werken en leren, gelden dezelfde diploma-eisen als voor de voltijd- en deeltijdopleiding.
Er gelden in enkele gevallen wel aanvullende eisen. Bij sommige hogescholen moet je, voordat je aan de opleiding begint, bij een zorginstelling zijn aangenomen als leerling-verpleegkundige. Je moet in dat geval dus solliciteren. Veel organisaties vermelden de beschikbaare plaatsen op onze website. Je kunt daar via het Centraal Aanmeldpunt direct solliciteren naar de beschikbare plaatsen.
Andere hogescholen stellen deze eis niet. Je hebt ook bij deze hogescholen -uiterlijk aan het einde van het tweede jaar- wel een aanstelling als leerling-verpleegkundige bij een zorginstelling nodig, maar hoeft deze niet te hebben voordat je aan de opleiding begint.
Vrijstellingen
In bepaalde gevallen kun je vrijstellingen krijgen en dus de studie in minder dan vier jaar afronden. En je kunt eventueel een EVC-traject aanvragen. Dan worden relevante werkervaringen formeel erkend. Met andere woorden: je Elders Verworven Competenties (EVC) worden vastgesteld. Met als mogelijk gevolg een kortere studietijd. Informeer bij de hogeschool wat de mogelijkheden voor studieduurverkorting zijn.
Je krijgt bijvoorbeeld vrijstellingen met het diploma verpleegkundige op niveau 4.