Wat word je?
Na je opleiding kun je in verschillende werkvelden aan de slag. Bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg, maar ook in de ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang of in een ziekenhuis. Je kunt dan bijvoorbeeld werken als sociaal pedagogisch werker, groepsleider, begeleider woongroep of assistent-activiteitenbegeleider.
Inhoud opleiding
Wat leer je?
Tijdens de opleiding leer je verschillende doelgroepen te ondersteunen/begeleiden bij het zelfstandig wonen. Bijvoorbeeld door ze te ondersteunen bij huishoudelijke taken. Het zijn bijvoorbeeld mensen met:
- een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking
- psychiatrische problemen
- psychosociale problemen of gedragsproblemen
Je doet kennis op over verschillende ziektebeelden en handicaps. Hierdoor weet je hoe je verschillende cliënten kunt ondersteunen. Ook leer je hoe je met de omgeving van een cliënt moet omgaan. Bijvoorbeeld met de ouders van een gehandicapt kind of de familieleden van een dementerende bejaarde.
Je leert veel over activiteitenbegeleiding. Bijvoorbeeld welke activiteiten je kunt doen met mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking om ze te ondersteunen bij hun ontwikkeling. Denk aan muzisch-agogische activiteiten of schoolactiviteiten. Ook leer je samen te werken met collega's.
Competenties
Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.
Voorbeelden van werkprocessen
- Inventariseert hulpvragen van de cliënt
- Ondersteunt de cliënt bij dagbesteding
- Ondersteunt de cliënt bij wonen en huishouden
Voorbeelden van competenties
- Op behoefte en verwachtingen van de klant richten
- Omgaan met verandering en daarop aanpassen
- Instructies en procedures opvolgen
Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal 20 procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal 60 procent van de studietijd werkend aan het leren.
Eisen toelating
Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO
Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan heb je de sector Zorg & Welzijn nodig om toegelaten te worden. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg. Het is ook mogelijk om in te stromen met een van de andere sectoren. Bij de verschillende scholen kun je navragen wat de voorwaarden hiervoor zijn.
Heb je een LBO- of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je minimaal één vak op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.
Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met het diploma: helpende zorg en welzijn of pedagogisch werker kinderopvang.