In het kort...
Tijdens de MBO-opleiding medewerker gehandicaptenzorg niveau 4 leer je hoe je mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking begeleidt bij dagelijkse dingen zoals eten en aankleden.
Wat word je?
Nadat je je diploma hebt gehaald, kun je in de gehandicaptenzorg aan de slag. Bijvoorbeeld als groeps(bege)leider, zorgcoördinator, consulent persoonlijk begeleider of sociaal pedagogisch werker/hulpverlener.
Je kunt ook activiteitenbegeleider in de gehandicaptenzorg worden.
Inhoud opleiding
Wat leer je?
Tijdens de opleiding leer je omgaan met mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking. Vaak kunnen deze mensen niet zelfstandig wonen en wonen ze in een speciale instelling. Je leert deze mensen te ondersteunen in hun persoonlijke verzorging. Bijvoorbeeld bij wassen, aankleden of tandenpoetsen. Maar ook ondersteun je ze bij huishoudelijke taken, in hun werk of bij schoolactiviteiten.
Je leert hoe je bepaalde verpleegtechnische handelingen uitvoert. Denk hierbij aan het verzorgen van wonden, het toedienen van medicijnen of het geven van injecties. Daarnaast leer je ook hoe je cliënten ondersteunt in hun ontwikkeling. En welke activiteiten je kunt doen met je cliënt. Je komt ook te weten hoe je een plan van aanpak schrijft.
Ook leer je hoe je de ontwikkeling van je cliënt kunt evalueren en bespreken met collega's. En je leert omgaan met de familieleden van je cliënten. Bovendien komen communicatieve en sociale vaardigheden aan bod, zoals samenwerken met collega's.
Competenties
Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.
Voorbeelden van werkprocessen
- Schrijft een plan van aanpak
- Ondersteunt de cliënt bij dagbesteding
- Ondersteunt de cliënt bij het het voeren van de regie over zijn leven
Voorbeelden van competenties
- Relaties bouwen en netwerken
- Omgaan met verandering en daarop aanpassen
- Overtuigen en beïnvloeden
Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal 20 procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal 60 procent van de studietijd werkend aan het leren.
Eisen toelating
Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO
Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan word je met elke van de vier sectoren Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw toegelaten. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.
Heb je een LBO- of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je minimaal één vak op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.
Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met een ander MBO-diploma, bijvoorbeeld medewerker volwassenenwerk 4; medewerker maatschappelijke zorg 3 of pedagogisch werker kinderopvang 3.