In het kort...
Tijdens de MBO-opleiding medewerker volwassenenwerk op niveau 4 leer je hoe je mensen met problemen begeleidt en ondersteunt. Daarbij kun je langdurige of tijdelijke steun geven aan bijvoorbeeld daklozen, verslaafden of mishandelde vrouwen. Je leert hoe je deze mensen kunt helpen om zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij te functioneren.
Inhoud opleiding
Wat leer je?
Tijdens de opleiding leer je te werken met volwassen en oudere cliënten die problemen hebben. Vaak kunnen deze mensen om verschillende redenen niet meer zelfstandig thuis wonen. Jij leert hoe je deze mensen activeert om zoveel mogelijk zelfstandig te functioneren in de maatschappij. Dit doe je door bijvoorbeeld verschillende activiteiten met je cliënten te ondernemen. Denk aan muzisch-agogische en creatieve activiteiten. Je leert wat voor soort activiteiten geschikt zijn voor de verschillende cliënten.
Je leert ook hoe je mensen met problemen benadert. Je cliënten kunnen allerlei soorten problemen hebben, bijvoorbeeld psychische problemen of gezinsproblemen. Je ontdekt welke aanpak je moet gebruiken voor welke problemen. Je leert ook hoe je een plan van aanpak maakt. Hierin leg je vast welke ondersteuning de cliënt krijgt.
De opleiding bereidt je voor op het omgaan met onverwachte situaties. De cliënten waarmee je werkt kunnen bijvoorbeeld last hebben van stemmingswisselingen of gedragsproblemen. Tijdens de opleiding leer je snel daarop in te spelen.
Competenties
Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.
Voorbeelden van werkprocessen
- Schrijft een plan van aanpak
- Ondersteunt de cliënt bij dagbesteding
- Ondersteunt de cliënt bij het voeren van de regie over zijn leven
Voorbeelden van competenties
- Relaties bouwen en netwerken
- Omgaan met verandering en daarop aanpassen
- Overtuigen en beïnvloeden
Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal twintig procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal zestig procent van de studietijd werkend aan het leren.
Eisen toelating
Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO
Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan word je met elke van de vier sectoren Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw toegelaten. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.
Heb je een LBO-, of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je minimaal één vak op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.
Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met een ander MBO-diploma, bijvoorbeeld medewerker gehandicaptenzorg niveau 4; pedagogsich werker kinderopvang niveau 3; medewerker maatschappelijke zorg niveau 3.