Pedagogisch werker jeugdzorg (niveau 4)

In het kort...

Tijdens de MBO-opleiding pedagogisch werker jeugdzorg leer je te werken met kinderen en jongeren met gedrags- of opvoedingsproblemen. Je leert hoe je ze kunt begeleiden bij het wonen, en welke activiteiten je met ze kunt ondernemen. Het doel is om ze te stimuleren in hun ontwikkeling. Kortom, je leert hoe je jongeren helpt bij het vinden van een plaats in de maatschappij!

 

Wat word je?

Na de opleiding kun je in de jeugdzorg aan de slag. Bijvoorbeeld als woonbegeleider. Je werkt dan met jongeren die om verschillende redenen niet meer thuis wonen. Maar je kunt bijvoorbeeld ook in een jeugdgevangenis werken. Keus genoeg! Kijk eens bij de volgende beroepen:  

 

Inhoud opleiding

 

Wat leer je?
Tijdens de opleiding pedagogisch werker jeugdzorg leer je te werken met kinderen en jongeren tot 23 jaar. Het gaat doorgaans om kinderen en jongeren met gedrags- en opvoedingsproblemen. Vaak wonen zij om bepaalde redenen (tijdelijk) niet meer thuis. Je leert hoe je deze jongeren opvangt en begeleidt en hoe je ze kunt helpen hun plek in de maatschappij te vinden. Ook leer je hoe je kunt bijdragen aan hun persoonlijke ontwikkeling.

De kinderen en jongeren waar je later mee werkt, wonen vaak samen in een instelling. Tijdens de opleiding leer je daarom om te gaan met groepsprocessen. Je leert hoe je jongeren op een sociale manier met elkaar laat omgaan. En hoe je moet reageren op onverwachte en soms ook dreigende situaties.

Verder leer je hoe je de ontwikkeling van kinderen en jongeren bespreekt met collega's. Ook het omgaan met de ouders of vervangende opvoeders maakt deel uit van je opleiding. Hierbij zijn communicatieve en sociale vaardigheden van belang.

Competenties
Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.

Voorbeelden van werkprocessen
- Biedt het kind/de jongere opvang
- Biedt het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aan
- Ondersteunt het kind/de jongere bij werk, scholing en vrije tijd

Voorbeelden van competenties
- Begeleiden
- Samenwerken en overleggen
- Instructies en procedures opvolgen

Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal 20 procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal 70 procent van de studietijd werkend aan het leren.

 

Eisen toelating

 

Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO

Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan word je met elke van de vier sectoren Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw toegelaten. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.

Heb je een LBO- of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je minimaal één vak op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.

Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met een MBO-diploma op niveau 3, bijvoorbeeld pedagogoisch werker kinderopvang niveau 3 of sociaal pedagogisch werker niveau 3.

E-mailservice
Print deze pagina Mail de redactie