Pedagogisch werker kinderopvang (niveau 4)

In het kort...

Tijdens de MBO-opleiding pedagogisch werker kinderopvang niveau 4 leer je hoe je opvang biedt aan kinderen. Je leert ook omgaan met kinderen die bijvoorbeeld gedragsproblemen of een handicap hebben en met kinderen die chronisch ziek zijn. Je begeleidt kinderen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Met deze opleiding kun je later gaan werken in de kinderopvang, bijvoorbeeld bij een peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of in de buitenschoolse opvang.

 

Inhoud opleiding

 

Wat leer je?
Tijdens deze opleiding leer je hoe je opvang biedt aan (kleine) kinderen. Je leert kinderen te begeleiden en te ondersteunen in hun ontwikkeling. Bijvoorbeeld door in overleg met de ouders of vervangende opvoeders een plan op te stellen voor de opvang en begeleiding. Verder leer je omgaan met kinderen met gedrags- of ontwikkelingsproblemen.

Ook organisatiestructuren komen tijdens deze opleiding aan bod. Zo leer je meedenken over het beleid van een organisatie voor kinderopvang. En ook hoe je pedagogisch beleid uitvoert in de organisatie of vestiging waar je werkt.

Omdat je in je werk vaak met groepen kinderen te maken krijgt, moet je weten hoe groepsprocessen werken. Je leert hoe je kinderen op een plezierige manier met elkaar kunt laten omgaan en hoe je sfeer kunt creëren in een groep. Ook leer je welke activiteiten je kunt ondernemen om bepaalde vaardigheden van kinderen te stimuleren. Je leert hoe je onverwachte situaties oplost.

Je doet kennis op over hoe je de ontwikkeling van kinderen kunt evalueren en bespreken met collega's. Omgaan met de ouders en verzorgers van kinderen is ook een aandachtspunt. Met hen heb je veel contact over de ontwikkeling van hun kind. Hierbij komen communicatieve en sociale vaardigheden aan bod.

Competenties

Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.

Voorbeelden van werkprocessen

- Biedt het kind opvang
- Biedt het kind ontwikkelingsgerichte activiteiten aan
- Voert coördinerende taken uit

Voorbeelden van competenties

- Begeleiden
- Samenwerken en overleggen
- Instructies en procedures opvolgen

Verhouding theorie en praktijk

De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal 20 procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal 70 procent van de studietijd werkend aan het leren.

 

Eisen toelating

 

Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO

Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan word je met elke van de vier sectoren Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw toegelaten. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.

Heb je een LBO- of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je minimaal één vak op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.

Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met een MBO-diploma op niveau 3, bijvoorbeeld: sociaal pedagogisch werker niveau 3 of pedagogisch werker kinderopvang niveau 3.


E-mailservice
Print deze pagina Mail de redactie