In het kort...
Met de opleiding sociaal maatschappelijk dienstverlener kun je veel kanten uit. Je leert mensen helpen die in een probleemsituatie zitten. Dit kunnen cliënten zijn van alle opleidingsniveaus en leeftijden. Ook leer je hoe je moet bemiddelen in conflicten tussen deze cliënten en bijvoorbeeld gemeentelijke instanties. Daarbij zorg je dat de cliënt zelfredzaam wordt
Wat word je?
Nadat je je diploma Sociaal Maatschappelijk Dienstverlener hebt gehaald, kun je veel kanten op. Je kunt bijvoorbeeld gaan werken in de ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg of in de maatschappelijke opvang. Ook kun je terecht in de sociale dienstverlening. Denk hierbij aan woonorganisaties, gemeenten of instellingen voor arbeidsbemiddeling. Zo kun je bijvoorbeeld consulent bewonerszaken, opvangmedewerker, trajectbegeleider, ouderenadviseur of budgetconsulent worden
Inhoud opleiding
Wat leer je?
Tijdens je opleiding sociaal maatschappelijk dienstverlener leer je hoe je diensten verleent aan mensen die problemen hebben. Deze problemen kunnen heel verschillend zijn. Zo leer je onder andere omgaan met mensen die financiële problemen of een alcohol- of drugsverslaving hebben. En bijvoorbeeld met mensen die thuis niet meer zelfstandig kunnen functioneren of met jongeren die van huis weggelopen zijn.
Je krijgt inzicht in de verschillende problemen die mensen hebben en je leert hoe je deze mensen op de beste manier kunt helpen. Je leert bijvoorbeeld hoe je advies geeft. En hoe je praktische ondersteuning en begeleiding biedt. Denk hierbij aan het aanvragen van een uitkering of het regelen van huisvesting of huursubsidie. Of bijvoorbeeld het wegwerken van betalingsachterstanden.
De opleiding bevat ook een juridisch gedeelte. Later in je werk is het namelijk van belang dat je kennis hebt van bepaalde wet- en regelgeving. Je geeft je cliënten voorlichting of bemiddelt wanneer zij een conflict hebben met gemeentelijke instanties. Hoe je dit aanpakt leer je allemaal tijdens je opleiding.
Competenties
Deze opleiding is gebaseerd op werkprocessen en competenties. Dit heet competentiegericht onderwijs.
Voorbeelden van werkprocessen
- De situatie en wensen van de cliënt inventariseren
- Een dienstverleningsplan maken
- Administratieve werkzaamheden verrichten en dossiers beheren
Voorbeelden van competenties
- Begeleiden
- Aandacht en begrip tonen
- Formuleren en rapporteren
Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg besteed je minimaal 20% van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg kiest, ben je minimaal 60% van de studietijd werkend aan het leren.
Eisen toelating
Diploma's
Je hebt toegang tot de opleiding als je in het bezit bent van één van de volgende diploma's of bewijzen:
- VMBO
- LBO/VBO
- MAVO
- Overgangsbewijs van 3 naar 4 HAVO/VWO
Vakkenpakket of sector
Heb je een VMBO-diploma, dan word je met elke van de vier sectoren Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw toegelaten. Je hebt dan één van de volgende leerwegen nodig: de theoretische, de gemengde of de kaderberoepsgerichte leerweg.
Heb je een LBO- of VBO-diploma? Dan is het wenselijk dat je het vak Nederlands op C-niveau hebt gedaan en de overige vakken op B-niveau.
Vrijstellingen
Bij sommige scholen is het mogelijk dat je vrijstellingen krijgt met de volgende diploma's sociaal dienstverlener of sociaal pedagogisch werker niveau 4.