Deel dit:

Marjolein is oncologieverpleegkundige en deelt haar werkdag, die er sinds COVID-19 heel anders uitziet.

Ik kijk mijn collega aan die niet écht meer uiterlijke kenmerken van een collega vertoont maar meer van een buitenaards wezen met enorme kikkerogen en vraag ietwat gespannen: ‘Heb ik van boven alles op en aan?’. Normaal zou je in deze situatie als collega lachen of zeggen: ‘Zeg watje, zijn we gespannen?’. Maar in dit geval zegt mijn collega dit niet maar bekijkt me kritisch, laat me een rondje draaien en zegt: ‘Check, je hebt alles op en aan’.

In de sluis

Vijf minuten geleden stond ik samen met deze collega voor een deur waar we normaal gesproken zonder bij na te denken honderden keren door in- en uit lopen. Maar dit keer is het anders. Deze deur leidt ons naar een sluis, die ons de mogelijkheid biedt om ons voor te bereiden op de cohort afdeling, waar patiënten liggen die positief getest zijn op het COVID-19 virus. Gedurende twee uur kun je je storten op patiëntenzorg, volledig in isolatiekleding. Na deze twee uur ga je terug in de sluis, trekt je de isolatiekleding uit en krijg je weer toegang tot de buitenwereld. 

In het ‘normale’ leven ben ik oncologieverpleegkundige, werkzaam op een oncologisch chirurgische afdeling. Onze afdeling is op dit moment dicht, omdat er kort gezegd bedden moeten worden gespaard om patiënten die heel ziek worden van het COVID-19 virus te kunnen verplegen. Dus helaas zijn veel operaties voor patiënten met kanker tijdelijk uitgesteld. Dus mensen die al weken of maanden vechten moeten wachten.

Waar ben ik terecht gekomen?

Ik zie collega’s rondlopen in precies dezelfde fashion stijl als ik. Omdat het avond is zijn de lichten op de afdeling gedimd. Het geheel krijgt hierdoor een spookachtige uitstraling. Waar ben ik terecht gekomen. Er bekruipt me een beklemmend gevoel alsof ik bang moet zijn voor iets. En natuurlijk ben ik een beetje bang. Wetende dat ik omgeven ben met bewezen positief geteste patiënten, ben ik natuurlijk bang om óók ziek te worden. Maar dit gevoel gaat verder dan dat.

Mijn collega waar ik net kennis mee heb gemaakt legt de gang van zaken uit en we starten met onze werkzaamheden. We stappen een patiëntenkamer binnen. Meteen dringt een hard sissend geluid mijn oren binnen. Zuurstof, 15 liter zuurstof, die door het zuurstofmasker van deze meneer raast in de hoop dat hij iets makkelijker adem kan halen. Ik zie de snelheid van ademhalen van meneer en ons meetinstrument geeft aan dat het zuurstofgehalte in het bloed nét toereikend is. Hij probeert met man en macht de zuurstof via het masker op te snuiven. Dit kost zó ontzettend veel kracht dat uitputting op de loer ligt.

Zijn ogen zoeken de onze en ik zíe het, de angst, de machteloosheid. Hij weet wat wij weten: dat er na deze 15 liter zuurstof namelijk niks meer komt. Daarmee bedoel ik dat er hierna geen behandeloptie meer is. Meneer heeft geen ‘ticket’ meer om overgeplaatst te worden naar de intensive care. Dit wordt af en toe op basis van medische gronden besloten. Deze meneer heeft dit echter zelf besloten. Hij vond het risico van nooit meer gezond worden na een eventuele intensive care opname te groot en besloot: tot hier en niet verder. 

We doen wat we kunnen

Dat gevoel dat ik eerder had wordt nu ontzettend sterk. En nu weet ik wat het voor gevoel is, namelijk de angst dat ik niks  kan doen voor de patiënten op deze afdeling. De vreselijke natuur die op dit moment COVID-19 heet zoekt zijn weg en verklapt je van tevoren zijn beslissing niet: je redt het of je redt het niet.

Binnen ons machteloze gevoel proberen we te doen wat we kunnen. Regelmatig blijven we ook een tijd bij hem zitten. Gewoon, om te laten voelen dat we er zijn. Want dat is hard nodig. Patiënten mogen door de crisis geen bezoek ontvangen en strijden dus in volledige eenzaamheid.

Na twee uur verlaat ik de afdeling en kleed me in de sluis om. Het verwijderen van mijn masker bevrijdt me van mijn eigen benauwde gevoel. Er is tijd om met andere collega’s te ventileren over wat zojuist allemaal gebeurde. Verhalen over patiënten die het niet redden, over familieleden die nét te laat zijn, over eenzame dood. Ik luister ook naar verhalen over de eigen onzekerheden van verpleegkundigen. De angst om het virus mee naar huis te nemen, om zelf ziek te worden. Zo ontzettend herkenbaar. Het grijpt me enorm aan.

Dit is wat het met je doet

Dit is wat het met je doet. Wat het met míj doet. Ik ben uit balans. Ben niet meer zo zeker van mijn zaken. Ik kan lachen en boos zijn op hetzelfde moment, de tranen zitten hoger dan normaal. Ik verwerk gebeurtenissen in het ziekenhuis meestal in stilte uit angst dat ik niet begrepen word. En ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Mijn collega’s waar dan ook werkzaam in strijd tegen het COVID-19 virus hebben hier ook last van.

De eerste adrenaline kick van de fight-flight reactie zit erop dus we beginnen het te voelen. En we zijn pas halverwege deze marathon. Ook beginnen we zelf ziek te worden. Het zorgen voor anderen heeft zijn weerslag. Machteloos zitten we ziek thuis. Dit betekent minder handen aan het bed, minder kans op goede verzorging van de stroom aan COVID-19 patiënten.

Heb jij al een (oud) zorgdiploma en wil jij gedurende de coronacrisis ook helpen in de zorg? Of heb je geen zorgachtergrond en wil je je als vrijwilliger inzetten? Meld je dan nu aan en zorg voor de zorg!

Beeld: Zuyderland Medische Fotografie

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Vul je profiel aan

Ik ben






Bedankt voor je aanmelding.