Operatieassistent

Als operatieassistent bereid je operaties in een ziekenhuis voor en assisteer je de snijdend specialist tijdens operaties. Ook stel je patiënten van tevoren gerust en draag je zorg voor een goede begeleiding van de patiënt. Voordat een patiënt geopereerd wordt, zorg jij er voor dat de operatiekamer met alle instrumenten, apparatuur en andere middelen bedrijfsklaar is.

Tijdens de operatie kun je verschillende taken uitoefenen, die in vaktermen instrumenteren, omlopen of assisteren genoemd worden. Als je tijdens een operatie instrumenteert, geef je de chirurg op het juiste moment de benodigde instrumenten, hechtmaterialen en andere materialen en middelen aan. Als je omloopt geef je extra materialen aan, bewaak je de steriliteit daarvan en bedien je de apparatuur. Je sluit deze ook aan. Daarnaast zorg je voor de administratie en begeleid je de patiënt. Assisteren houdt in dat je weefsels presenteert, hechtingen knoopt en mee-opereert. Kortom, jij bent de rechterhand van de chirurg.

Spoedgevallen komen op de operatiekamer regelmatig voor. Belangrijk is daarom dat je weet wat je moet doen als het operatieprogramma door deze spoedgevallen wordt gewijzigd of als je spoeddienst hebt. Je houdt daarom de operatieplanning en de richtlijnen nauw in de gaten en reageert alert als er veranderingen optreden.
Goed samenwerken met de andere assistenten en specialisten die bij een operatie betrokken zijn, is van groot belang. Je moet flexibel zijn en je goed kunnen aanpassen aan wisselende omstandigheden en wisselende collega's.

Om de steriliteit van instrumenten en materialen tijdens een operatie te verzekeren, is het nodig dat je precies en zorgvuldig kunt werken.